Nog geen reacties

Zit er toekomst in traditie?

Door Erik Hendrix

Katholieken op Facebook hebben waarschijnlijk al opgemerkt dat de homilie van aartsbisschop Sample van Portland op 28 april j.l. viraal is gegaan. In zijn gepassioneerde betoog verdedigt de Amerikaanse bisschop de Tridentijnse mis, of wat men tegenwoordig de “buitengewone vorm van de Latijnse ritus” noemt.

Eeuwenlang was er echter niets buitengewoons aan. In het kielzog van de contrareformatie werd tijdens het concilie van Trente, onder leiding van paus Pius V, de liturgie gestandaardiseerd. In zijn pauselijke bul Quo primum, die in 1570 verscheen, werd alleen nog deze gestandaardiseerde vorm van de Romeinse ritus toegestaan. Hoewel de naam “tridentijns” dus verwijst naar het concilie van Trente, werd het missaal geïnformeerd door veel oudere tradities die tenminste tot 200 jaar daarvoor konden worden getraceerd (maar dus in feite al voor die tijd bestonden). Dat is indrukwekkend, want iets dat zo lang bestaat heeft duidelijk zijn waarde allang bewezen.

Uiteindelijk kwam er een eind aan deze traditie met de komst van de Novus Ordo (ofwel de nieuwe ritus) van paus Paulus VI. Deze kwam voort uit de hervormingen van het Tweede Vaticaanse Concilie in de periode 1965-1969. Met de nieuwe vorm waaide er een frisse wind door de kerk die ontegenzeggelijk veel verbeteringen met zich meebracht. Maar volgens aartsbisschop Sample ging er tegelijkertijd ook iets verloren en hij citeert daarbij uit een motu proprio (Summorum Pontificum) van paus Benedictus XVI waarin hij zegt:

“Er is geen tegenstelling tussen de twee edities van het Romeinse missaal. In de geschiedenis van de liturgie is er sprake van groei en vooruitgang, niet onderbreking. Wat eerdere generaties beschouwden als heilig, blijft heilig en groots, ook voor ons. Het kan niet opeens verboden worden of beschouwd worden als schadelijk. Het betaamt ons allemaal om de rijkdom die is voortgekomen uit het geloof en gebed van de Kerk te behouden en het een gepaste plaats te geven.”

Ondanks de vele positieve vernieuwingen die de Novus Ordo met zich meebracht was er ook een toename van liturgisch misbruik en algemene onverschilligheid. De nieuwe mis dreigde snel te verzanden in een soort alledaagsheid waarbij de omgang met het goddelijke niet meer centraal stond. In zijn homilie breekt de aartsbisschop daarom een lans voor de oude ritus, zonder daarbij overigens de nieuwe ritus te veroordelen. Jonge katholieken worden volgens Sample aangetrokken door de schoonheid, eerbied, transcendentie en een sfeer van gebed en verwondering die de oude ritus karakteriseren.

Ook in de samenwerkende parochies Katholiek Utrecht wordt met regelmaat de tridentijnse mis gevierd. Deze zogenaamde Missa Tridentina Traiectina verhuisde achtereenvolgens van de Rafaëlkerk naar de kapel van de Catharinakathedraal en vervolgens naar het hoofdaltaar waar het inmiddels al een paar keer heeft plaatsgevonden. Priester Koos Smits wordt daarin bijgestaan door een groep enthousiaste en toegewijde acolieten en zangers. Volgens Eric Wolthuis, een acoliet die al heel lang de oude mis dient, staat daarin “elke rituele handeling niet op zichzelf maar is een transcendente uiting van een groter mysterie waarvan we de glans steeds meer kunnen ontdekken”.

Het is nu nog rustig in deze mis, maar ongetwijfeld zal ook in Utrecht de oude liturgie zijn aantrekkingskracht gaan uitoefenen op jonge katholieken. Iedere eerste donderdag van de maand kunt u de mis bijwonen in de Catherinakathedraal aan de Lange Nieuwstraat. U bent van harte welkom (ongeacht uw leeftijd)!

Reacties zijn gesloten.

Terug