Door het sacrament van het doopsel worden mensen opgenomen in de kerk. In het evangelie van Mattheüs wordt verhaald over de doop van Jezus in de Jordaan:

In die tijd kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes om zich door hem te laten dopen. Maar Johannes wilde Hem tegenhouden met de woorden: “Ik heb uw doopsel nodig, en Gij komt tot mij?” Jezus antwoordde: “Laat het nu zijn; want zo past het ons al wat is vastgesteld te volbrengen.” Toen liet Johannes Hem toe. Nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij terstond uit het water. En zie, daar ging de hemel open en Hij zag de Geest Gods neerdalen in de gedaante van een duif en over zich komen. En een stem uit de hemel sprak: “Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.”

Matteüs 3,13-17

Het verhaal uit het Oude Testament waarin het Joodse volk door de Rode Zee trekt om verlost te worden van de slavernij in Egypte en op weg te gaan naar het beloofde land is ook in de traditie van de kerk gezien als een verhaal dat past bij het sacrament van de doop.

Het doopsel in de kerk

Bij de doop wordt water, symbool van leven, over de dopeling uitgegoten. Ook wordt de dopeling gezalfd met heilige olie en wordt een doopkaars aangestoken aan de Paaskaars (Het licht van Christus). Zo komen in de viering van de doop belangrijke symbolen van het geloof bij elkaar.

Diverse Christelijke kerken hebben over een weer elkaars doop erkend in de overtuiging dat een mens slechts één keer als kind van God gedoopt kan worden. Mensen die lid zijn van een van de christelijke kerken en katholiek willen worden hoeven daarom meestal niet opnieuw gedoopt te worden.

Wanneer ouders hun kind willen laten dopen, wordt dat in een aantal gesprekken met een lid van het pastoraal team voorbereid. Ook als volwassene kunt u het doopsel ontvangen. Zie voor informatie ‘Katholiek worden’ op deze website.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het parochiesecretariaat.